Het Van Oeckelenorgel van de Grote of St. Clemenskerk
Historie en restauratie 2023-2025
Voor de bezoekers van de Grote Kerk is het Van Oeckelenorgel zonder meer een tot de verbeelding sprekend interieurstuk. Haar imposante afmetingen en het bijzondere klankkarakter verrast menig toehoorder en zijn ook de bespelers zeer onder de indruk van de kwaliteit van dit instrument.
De geschiedschrijving van de orgels in deze kerk die ons bekend is begint in de 16e eeuw toen er melding gemaakt werd van de aanwezigheid van een orgel. Er zijn verder geen gegevens over dit orgel bekend, verondersteld wordt dat dit orgel verloren is gegaan bij het instorten van de torenspits in 1558, er is een toen een orgel aangeschaft, zeer waarschijnlijk een Positief (verplaatsbaar orgel) afkomstig uit Vollenhove.
In 1610 werd besloten een nieuw orgel voor de kerk te laten bouwen door de Utrechtse orgelbouwer Jacob Jans du Lin en zijn zoon Jan Jacobs, dat gebeurde tussen 1612 en 1614. Dit orgel heeft dienstgedaan tot 1860, het werd toen vervangen door het huidige orgel.
Al in 1844 klaagde de toenmalige organist Pieter Krop dat het orgel onbespeelbaar was. De financiële middelen waren niet toereikend, het orgel werd zo veel als mogelijk bespeelbaar gehouden totdat in 1858 kerkvoogden en notabelen te kennen gaven ‘dat er plannen beraamd zijn tot daarstelling van een nieuw orgel’.
Eind 1858 kregen de kerkvoogden toestemming van de Gedeputeerde Staten van Overijssel om een geldlening van
fl.10.000 aan te gaan en in februari 1859 werd orgelbouwer Petrus van Oeckelen uit Harendermolen gevraagd naar Steenwijk te komen voor het ‘opnemen der doelmatigste plaats van het orgel in de Groote Kerk en het ontwerpen van een bestek voor hetzelve’.
Na beoordeling van het bestek door de Utrechtse orgelbouwer C.G.F. Witte werd op 6 oktober 1859 aan Van Oeckelen de opdracht verstrekt voor het bouwen van het grootste orgel uit zijn oeuvre, een 16-voets orgel met 26 registers verdeeld over 2 handklavieren en een vrij pedaal. De bouw verliep voorspoedig, aannemers Aberson en De Boer maakten de nieuwe orgelgalerij en in september 1860 werd het orgel in onderdelen per boot naar Steenwijk getransporteerd en opgebouwd in de kerk.
Al in februari 1861 is het orgel gereedgekomen en op 19 en 20 februari werd het door Witte geëxamineerd. Zijn rapport bevat louter lovende woorden! Dan 4 dagen later op 24 februari wordt in een volle kerk het instrument officieel in gebruik genomen waarbij het orgel bespeeld werd door de Groningse organist Jhr. Mr. Samuel Wolter Trip, zoals deze organist dat vaak deed bij opleveringen van nieuwe orgels van Van Oeckelen. De kerkdienst stond onder leiding van de Steenwijker predikant Petro Parson, die we ook kennen als schrijver en dichter van liederen, waarvan Gezang 462 uit het Liedboek voor de Kerken (1973) ‘Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doôn’ wel zijn bekendste is.
Tot 1955 zijn enkel herstellingen en onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd, al werd in 1922 een tremulant aan het bovenwerk toegevoegd en werd in 1948 een elektrische ventilator aangebracht voor de 
Het orgel moet met zorg onderhouden worden. Dit gebeurt jaarlijks met een stembeurt en kleine herstellingen, periodiek is er groter onderhoud en zo eens in de 50 à 60 jaar is een complete restauratie noodzakelijk om het orgel voor de toekomst te waarborgen. Waar in het verleden deze momenten aangegrepen werden om het orgel te moderniseren, uit te breiden en/of de klank aan te passen restaureert men tegenwoordig conserverend. Dat wil zeggen dat men het orgel zoveel mogelijk herstelt of terugbrengt naar de toestand van oplevering, al worden toevoegingen en uitbreidingen van latere tijd geregeld behouden mits historisch verantwoord en van belang voor de kwaliteit van de klank. In de jaren 90 van de vorige eeuw is een rapport opgesteld voor een restauratieplan in fasen. Zo zijn er reparaties en herstellingen aan het mechaniek uitgevoerd en is de windvoorziening gedeeltelijk hersteld. Een deel opslaande tongwerken is weer doorslaand gemaakt en de samenstelling van de registers is teruggebracht naar die van 1861. Hierdoor was het originele klankbeeld grotendeels weer terug. Het orgel hoort deftig en voornaam aan, kan lieflijk klinken maar ook heel stoer! Na lange tijd van onderhoud en deelrestauraties ontstond de mogelijkheid vanwege beschikbare financiële bijdragen om het orgel aan een totaalrestauratie te onderwerpen.
Najaar 2023 zijn de restauratiewerkzaamheden gestart, de schilder is begonnen met het herstellen van de kas, waarbij de vernislaag van het front opnieuw aangebracht wordt en de zijwanden gewijzigd worden naar 
Arjan Oosterhof, organist
